Gas, mazout, elektrische verwarming of warmtepomp: wat is de invloed op je EPC-score?

“Onze verwarmingsketel is nog maar vijf jaar oud. Dan zouden we toch een goede EPC-score moeten hebben?”

Het is een opmerking die we regelmatig horen.

Een recente verwarmingsinstallatie kan inderdaad een positief verschil maken. Maar voor het EPC telt veel meer mee dan alleen de leeftijd van de ketel en zelfs meer dan alleen het type verwarming.

Een oude gasketel, een nieuwe mazoutketel, elektrische radiatoren en een warmtepomp worden allemaal anders verwerkt in de EPC-berekening. Daarbij kijkt de energiedeskundige niet alleen naar waarmee je verwarmt, maar ook naar het rendement van het toestel, de manier waarop de warmte door de woning wordt verdeeld, de afgifte van de warmte en de regeling van de installatie.

Daarom kan je op basis van één gegeven  “ik verwarm met gas” of “ik heb een warmtepomp”  nooit voorspellen welk EPC-label een woning zal krijgen.

In deze blog bekijken we wat er precies achter die berekening zit.

Deze blog gaat over ruimteverwarming binnen het EPC Residentieel. De uiteindelijke EPC-score wordt uiteraard ook beïnvloed door onder andere de gebouwschil, isolatie, ventilatie, sanitair warm water, koeling en zonne-energie.

Het EPC kijkt naar de volledige verwarmingsinstallatie

Bij een centrale verwarming bestaat het systeem uit verschillende onderdelen:

opwekking → distributie → afgifte → regeling

verwarming woning

De opwekker is bijvoorbeeld een gasketel, mazoutketel of warmtepomp.

De geproduceerde warmte moet vervolgens naar de verschillende ruimtes worden gebracht. Dat gebeurt bijvoorbeeld via leidingen met warm water.

Daar wordt ze afgegeven via radiatoren, convectoren, vloerverwarming, wandverwarming of luchtverwarming.

Ten slotte wordt bekeken hoe de installatie geregeld wordt: zijn er thermostatische kranen, een kamerthermostaat, pompregeling of bijvoorbeeld een buitenvoeler?

Al deze onderdelen worden afzonderlijk bekeken en kunnen gegevens voor de EPC-berekening opleveren.

Dat verklaart meteen waarom “ik heb een nieuwe ketel” op zichzelf niet voldoende is.

Gas of mazout: wat scoort beter?

Veel mensen gaan ervan uit dat een gasketel automatisch beter scoort dan een mazoutketel, maar zo eenvoudig is het niet.

Bij zowel gas als stookolie maakt het inspectieprotocol onderscheid tussen condenserende en niet-condenserende ketels. Bij een condenserende ketel wordt bijkomende warmte uit de waterdamp in de rookgassen gerecupereerd. Dat maakt zo’n toestel efficiënter dan oudere keteltechnologie waarbij die warmte verloren gaat.

Een recente condenserende mazoutketel kan daardoor in de EPC-berekening gunstiger uitkomen dan een sterk verouderde, niet-condenserende gasketel.

Het is dus niet correct om alleen naar de brandstof te kijken.

Bij de ketel kunnen onder andere volgende gegevens van belang zijn:

  • gas of stookolie;
  • condenserend of niet-condenserend;
  • het rendement van de ketel;
  • het fabricagejaar;
  • technische labels en productinformatie;
  • de locatie van de ketel.

Het inspectieprotocol voorziet zelfs de mogelijkheid om het *testrendement bij 30% deellast in te voeren wanneer dit kan worden aangetoond. Dat is een door een onafhankelijk testlaboratorium bepaald rendement van het specifieke toestel.

*Het testrendement bij 30% deellast geeft aan hoe efficiënt een ketel werkt wanneer hij niet op vol vermogen draait. Die waarde wordt onder gestandaardiseerde omstandigheden bepaald voor het specifieke keteltype. Kan de energiedeskundige dit rendement correct aantonen, dan kan het in de EPC-berekening worden ingevoerd.

De leeftijd van je ketel kan belangrijker zijn dan je denkt

“De ketel werkt nog perfect” is voor een EPC niet hetzelfde als “de ketel presteert energetisch goed”.

Wanneer het specifieke testrendement van de ketel niet gekend is, kan het referentiejaar van fabricage extra belangrijk worden. Bij bepaalde types ketels wordt het rendement voor de EPC-berekening dan onder andere bepaald op basis van het fabricagejaar en andere gekende eigenschappen van het toestel. Daardoor kan de leeftijd van de ketel een merkbare invloed hebben op de EPC-score.

Daarom probeert de energiedeskundige het fabricagejaar zo correct mogelijk te bepalen.

Dat kan bijvoorbeeld via:

  • de kenplaat op het toestel;
  • technische documentatie;
  • het type- of serienummer;
  • een keuringsrapport;
  • een verwarmingsaudit;
  • andere geldige bewijsstukken over levering of plaatsing.

Het inspectieprotocol bepaalt dat het referentiejaar fabricage het productiejaar van de opwekker is. Bij een ketel gaat het dus om het productiejaar van de ketel zelf en niet zomaar om het jaar van de brander. Alleen onder specifieke voorwaarden mag informatie op de kenplaat van de brander daarvoor gebruikt worden.

Een condensatieketel wordt anders beoordeeld dan een niet-condenserende ketel

Het verschil tussen condenserend en niet-condenserend is dus belangrijk.

Een condenserende ketel haalt meer bruikbare warmte uit dezelfde verbranding doordat ook een deel van de warmte uit de rookgassen wordt gerecupereerd.

De energiedeskundige moet daarbij wel kunnen vaststellen of het werkelijk om een condenserend toestel gaat.

Dat kan bijvoorbeeld blijken uit:

  • de condensafvoer;
  • technische documentatie;
  • het type toestel;
  • een HR-toplabel bij gas;
  • een Optimaz-elite-label bij stookolie.

Bij twijfel schrijft het inspectieprotocol voor om een ketel als niet-condenserend in te voeren.

Ook hier zie je dus waarom correcte technische gegevens belangrijk zijn.

En een warmtepomp? Die scoort toch altijd beter?

Een elektrische warmtepomp werkt fundamenteel anders dan een klassieke ketel. Ze gebruikt elektriciteit om warmte uit de omgeving te halen en naar de woning te brengen.

Afhankelijk van het systeem kan die warmte afkomstig zijn uit:

  • de buitenlucht;
  • de bodem;
  • water;
  • gerecupereerde ventilatielucht.

De warmte kan vervolgens via lucht of water aan de woning worden afgegeven. Daarom maakt het EPC onderscheid tussen verschillende systemen, zoals lucht/lucht-, lucht/water-, bodem/water- en water/waterwarmtepompen.

De COP van een warmtepomp

Bij een warmtepomp kan ook de COP (Coefficient of Performance) belangrijk zijn. Die geeft aan hoe efficiënt de warmtepomp onder vastgelegde testomstandigheden werkt: hoeveel warmte ze levert in verhouding tot de energie die ze daarvoor gebruikt.

Niet zomaar elke rendementscijfer uit een technische fiche mag worden ingevoerd. De COP moet betrekking hebben op de juiste warmtepomp en voldoen aan de testvoorwaarden uit het inspectieprotocol. De actuele EPC-pedia benadrukt bovendien dat een SCOP (een seizoensgemiddelde waarde) niet als COP mag worden ingevoerd.

Naast de COP worden onder andere de warmtebron, het afgiftemedium, het referentiejaar van fabricage en, bij elektrische warmtepompen, eventuele labels en de energie-efficiëntieklasse bekeken.

Een lucht-luchtwarmtepomp is óók verwarming

Hier ontstaat soms verwarring.

Een lucht-luchtwarmtepomp, vaak gewoon een airco met verwarmingsfunctie genoemd, kan zowel koelen als verwarmen.

Wanneer het toestel verwarmt, moet het ook als verwarmingsinstallatie worden opgenomen.

Een lucht-luchtwarmtepomp wordt binnen het EPC bovendien beschouwd als een centrale verwarmingsinstallatie, ook wanneer er maar één binnen- en buitenunit aanwezig zijn. De reden is dat de warmte niet wordt geproduceerd op dezelfde plaats waar ze wordt afgegeven: de warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht.

Kan het toestel ook actief koelen, dan moet een reversibele warmtepomp in principe zowel bij verwarming als bij koeling worden verwerkt.

Elektrische weerstandsverwarming is niet hetzelfde als een warmtepomp

Dat onderscheid is belangrijk, want beide systemen kunnen op elektriciteit werken, maar ze werken op een heel andere manier.

elektrische verwarming vs warmtepomp

Bij elektrische weerstandsverwarming wordt elektriciteit rechtstreeks omgezet in warmte. Denk bijvoorbeeld aan:

  • elektrische radiatoren;
  • vaste directe elektrische verwarming;
  • accumulatieverwarming;
  • infraroodverwarming;
  • elektrische vloer-, wand- of plafondverwarming.

Deze systemen worden in het EPC afzonderlijk behandeld van warmtepompen. Ook elektrische vloerverwarming met een centrale regeling blijft volgens het inspectieprotocol decentrale elektrische verwarming.

Een elektrisch aangedreven warmtepomp gebruikt eveneens elektriciteit, maar niet om rechtstreeks warmte op te wekken. Ze gebruikt die energie om warmte uit de omgeving, bijvoorbeeld uit de buitenlucht, bodem of water, naar de woning te verplaatsen. Daarom wordt een warmtepomp binnen het EPC als een ander type opwekker beschouwd dan elektrische weerstandsverwarming.

Je kunt dus niet stellen:

“Mijn elektrische verwarming werkt op elektriciteit, net als een warmtepomp. Voor het EPC zal dat dus wel hetzelfde zijn.”

Dat klopt niet: de energiedrager kan in beide gevallen elektriciteit zijn, maar het werkingsprincipe en de manier waarop het systeem in het EPC wordt beoordeeld, verschillen.

Centrale en decentrale verwarming: wat is het verschil?

Voor het EPC wordt onderscheid gemaakt tussen centrale en decentrale verwarming.

Centrale verwarming vs decentrale verwarming

Bij een centrale verwarmingsinstallatie wordt de warmte opgewekt door een opwekker en vervolgens via een afgiftesysteem aan de woning afgegeven. Vaak gebeurt de verdeling via leidingen of luchtkanalen. Denk bijvoorbeeld aan:

  • een gasketel met radiatoren;
  • een mazoutketel met vloerverwarming;
  • een warmtepomp met vloerverwarming of radiatoren;
  • een lucht-luchtwarmtepomp.

Bij decentrale verwarming wordt de warmte geproduceerd én rechtstreeks afgegeven in de ruimte waar het toestel zich bevindt. Er is dus geen apart distributiesysteem dat de geproduceerde warmte naar andere ruimtes brengt. Elk toestel wordt voor het EPC als een afzonderlijke verwarmingsinstallatie beschouwd.

Voorbeelden zijn:

  • een elektrische radiator;
  • elektrische vloerverwarming;
  • een gaskachel;
  • een pelletkachel;
  • andere lokale verwarmingstoestellen.

Elektrische vloerverwarming blijft daarbij voor het EPC decentrale verwarming, ook wanneer ze centraal wordt geregeld.

Een bijzonder geval is de lucht-luchtwarmtepomp. Hoewel bijvoorbeeld één binnenunit maar één ruimte rechtstreeks verwarmt, wordt een lucht-luchtwarmtepomp binnen het EPC als centrale verwarmingsinstallatie beschouwd. De warmte wordt namelijk uit de buitenlucht gehaald en via het warmtepompsysteem naar binnen gebracht.

Ook de plaats van de ketel en de leidingen kunnen meetellen

Stel dat je een recente ketel hebt, maar dat deze in een onverwarmde kelder staat.

Vanuit die kelder lopen lange verwarmingsleidingen naar de woning.

Als die leidingen buiten het beschermde volume liggen en niet geïsoleerd zijn, kan tijdens het transport warmte verloren gaan.

Daarom moet de energiedeskundige bij een centraal verwarmingssysteem onder andere kijken naar ongeïsoleerde distributieleidingen buiten het beschermde volume. De lengte daarvan wordt volgens het inspectieprotocol bepaald en in categorieën verwerkt.

De officiële EPC-pedia geeft bijvoorbeeld een appartementsgebouw waarbij de verwarmingsinstallatie in een onverwarmde kelder staat. De leidingen die door die kelder en een sterk geventileerde schacht lopen, moeten daarbij worden beoordeeld; leidingen die binnen het beschermde volume lopen niet op dezelfde manier.

Dat maakt een belangrijk punt duidelijk:

Het EPC kijkt niet alleen naar hoeveel warmte de ketel produceert, maar ook naar wat er met die warmte gebeurt voordat ze de kamer bereikt.

Radiatoren of vloerverwarming: ook de warmteafgifte wordt bekeken

Bij centrale verwarming registreert de energiedeskundige ook hoe de warmte aan de ruimtes wordt afgegeven.

Het inspectieprotocol onderscheidt onder andere:

  • radiatoren en convectoren;
  • oppervlakteverwarming, zoals vloer-, wand- en plafondverwarming;
  • een combinatie daarvan;
  • luchtverwarming.

Een woning kan bovendien verschillende systemen combineren. Zo kan dezelfde condensatieketel beneden vloerverwarming voeden en boven radiatoren. In dat geval wordt dit voor het EPC als een combinatie van radiatoren/convectoren en oppervlakteverwarming ingevoerd.

Vloerverwarming is daarbij niet automatisch “beter” dan radiatoren, of omgekeerd. Het afgiftesysteem is slechts één onderdeel van de volledige verwarmingsinstallatie. Ook de warmteopwekker, regeling, distributie en andere eigenschappen van het systeem spelen mee in de EPC-berekening.

En dan is er nog de regeling en sturing

Twee woningen kunnen dezelfde ketel en dezelfde radiatoren hebben, maar toch verschillend worden beoordeeld omdat ook de regeling van de verwarmingsinstallatie wordt meegenomen.

De energiedeskundige kijkt onder andere naar:

  • radiatoren zonder radiatorkranen;
  • manuele radiatorkranen;
  • thermostatische radiatorkranen;
  • een kamerthermostaat;
  • de aanwezigheid van pompregeling;
  • een weersafhankelijke regeling van de vertrektemperatuur.

Een thermostatische radiatorkraan regelt het waterdebiet door de radiator automatisch in functie van de gemeten binnentemperatuur. Een gewone manuele radiatorkraan doet dat niet: die moet je zelf verder open- of dichtdraaien.

Ook een buitenvoeler kan relevant zijn, maar de aanwezigheid van zo’n voeler alleen volstaat niet automatisch. Bij een weersafhankelijke regeling wordt de temperatuur van het water of de lucht die naar het afgiftesysteem gaat automatisch aangepast aan de buitentemperatuur. De buitenvoeler moet dus daadwerkelijk deel uitmaken van die regeling.

Ook de circulatiepomp wordt apart bekeken. Een automatische pompregeling kan voorkomen dat de pomp onnodig blijft draaien wanneer er geen warmtevraag meer is.

“Maar mijn ketel is nieuw. Waarom valt mijn EPC dan toch tegen?”

Omdat verwarming maar één onderdeel is van de volledige EPC-berekening.

Neem bijvoorbeeld een vrijstaande woning met:

  • een recente condensatieketel;
  • weinig dakisolatie;
  • ongeïsoleerde muren;
  • oude beglazing;
  • een ongeïsoleerde vloer;
  • lange ongeïsoleerde verwarmingsleidingen in de kelder.

De recente condensatieketel kan de warmte efficiënter opwekken dan een oudere, minder efficiënte ketel. Maar als de woning zelf veel warmte nodig heeft en die warmte snel weer verliest via dak, muren, ramen en vloer, blijft de totale energieprestatie minder gunstig.

Een nieuwe verwarmingsinstallatie kan de EPC-score dus verbeteren, maar kan een slecht presterende gebouwschil niet zomaar compenseren.

En wat als er verschillende verwarmingssystemen in één woning staan?

Ook dat komt heel vaak voor.

Verwarmingsclusters

Denk bijvoorbeeld aan een woning met:

  • een gasketel en radiatoren;
  • een pelletkachel in de woonkamer;
  • een lucht-luchtwarmtepomp in een slaapkamer.

De energiedeskundige brengt de aanwezige verwarmingsinstallaties in kaart en bekijkt vervolgens welke ruimtes door welke combinatie van warmteopwekkers worden verwarmd.

Daarvoor werkt het inspectieprotocol met zogenaamde ruimteverwarmingsclusters. Direct verwarmde ruimtes die door dezelfde unieke combinatie van opwekkers worden verwarmd, worden samengenomen in één cluster.

Staat er bijvoorbeeld naast de centrale verwarming ook een pelletkachel in de woonkamer, dan kan die woonkamer tot een andere ruimteverwarmingscluster behoren dan de slaapkamers die alleen door de centrale verwarming worden verwarmd. De actuele EPC-pedia geeft precies dergelijke voorbeelden.

Voor de eigenaar is vooral dit belangrijk:

Ook bijkomende gebouwgebonden verwarmingssystemen kunnen relevant zijn voor het EPC.

Bewijsstukken kunnen ook bij verwarming een verschil maken

Net zoals bij isolatie mag de energiedeskundige ook bij de verwarmingsinstallatie niet zomaar gunstige technische eigenschappen veronderstellen.

Interessante documenten kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • technische fiches en handleidingen;
  • facturen en documenten over de plaatsing van de installatie;
  • keuringsrapporten van het verwarmingstoestel;
  • reinigings- en verbrandingsattesten;
  • energielabels of productkaarten;
  • gegevens op de kenplaat van het toestel.

Welke informatie uit zo’n document gebruikt mag worden, hangt wel af van het type bewijsstuk. Een document waarop een bepaalde waarde vermeld staat, betekent dus niet automatisch dat die waarde ook voor het EPC mag worden overgenomen. Het inspectieprotocol bepaalt per bewijsstuk welke gegevens geldig zijn. Zo mag uit een keuringsrapport slechts een beperkte reeks kenmerken worden overgenomen.

Bij een ketel kan bijvoorbeeld het testrendement bij 30% deellast belangrijk zijn. Wanneer merk en type gekend zijn, kan dit rendement via de technische productinformatie van de fabrikant worden opgezocht. De huidige EPC-pedia vermeldt dit zelfs bij de gegevens die verplicht moeten worden opgezocht wanneer de nodige toestelgegevens beschikbaar zijn.

Bij een warmtepomp kan technische documentatie dan weer informatie geven over onder andere de COP, de warmtebron en de eigenschappen van het toestel. Ook daar gelden specifieke voorwaarden voor welke waarden mogen worden gebruikt.

Zijn bepaalde gegevens niet gekend of niet geldig aantoonbaar, dan volgt de energiedeskundige de voorgeschreven standaardwaarden, aannames of invoerregels uit het inspectieprotocol.

Wat scoort nu het beste: gas, mazout, elektrische verwarming of een warmtepomp?

Niet elk verwarmingssysteem heeft dezelfde invloed op je EPC-score.

Elektrische weerstandsverwarming, zoals elektrische radiatoren, is voor het EPC doorgaans een ongunstige manier van verwarmen. De EPC-score wordt namelijk berekend op basis van het primaire energiegebruik. Daarbij wordt het elektriciteitsverbruik momenteel met een factor 2,5 vermenigvuldigd om ook rekening te houden met energieverliezen bij de productie en het transport van elektriciteit. Bij woningen met een grote warmtevraag kan elektrische weerstandsverwarming daardoor zwaar doorwegen in de energiescore.

Een elektrisch aangedreven warmtepomp gebruikt ook elektriciteit, maar werkt fundamenteel anders. Ze haalt een belangrijk deel van de geleverde warmte uit de omgeving, bijvoorbeeld uit de buitenlucht, bodem of het grondwater. Daardoor kan een efficiënte warmtepomp met dezelfde hoeveelheid aangekochte elektriciteit veel meer warmte aan de woning leveren. Binnen het EPC worden warmtepompen dan ook afzonderlijk beoordeeld, waarbij onder andere de warmtebron, het afgiftemedium en de COP een rol spelen.

In een vergelijkbare woning zal een efficiënte warmtepomp daarom normaal gezien veel gunstiger scoren dan rechtstreekse elektrische verwarming. Vlaanderen.be geeft zelf aan dat elektrische weerstandsverwarming een negatieve invloed heeft op de energiescore, terwijl efficiënte warmtepompen net goed kunnen scoren.

Bij gas en mazout ligt het minder zwart-wit. Het EPC kijkt niet alleen naar de brandstof, maar ook naar het type ketel, het rendement, het referentiejaar van fabricage en eventuele labels. Een recente condenserende mazoutketel kan daardoor bijvoorbeeld gunstiger worden beoordeeld dan een oudere niet-condenserende gasketel.

Score per verwarmingstype

Heel algemeen kun je het dus zo samenvatten:

  • elektrische weerstandsverwarming is doorgaans ongunstig;
  • een efficiënte warmtepomp komt doorgaans gunstig uit;
  • bij gas en mazout hangt het resultaat sterk af van de concrete ketel en installatie.

Dat betekent niet dat je op basis van het verwarmingstype alleen al het uiteindelijke EPC-label kunt voorspellen. Ook de distributie, warmteafgifte, regeling én vooral de energiebehoefte van de woning zelf blijven meespelen.

Kortom…

Je verwarmingssysteem is voor het EPC veel meer dan alleen de ketel die aan de muur hangt.

De energiedeskundige kijkt naar hoe de warmte wordt opgewekt, welke eigenschappen de opwekker heeft, hoe de warmte wordt verdeeld en afgegeven en hoe de installatie wordt geregeld.

Maar zelfs een goede verwarmingsinstallatie is slechts één deel van het verhaal. Ook de isolatie van dak, muren en vloer, de ramen, het beschermde volume en andere onderdelen van de woning bepalen hoeveel energie er uiteindelijk nodig is.

Daarom kunnen twee woningen met een gelijkaardige verwarmingsinstallatie toch een heel verschillende EPC-score krijgen.

Heb je nog een EPC nodig voor de verkoop van jouw woning? Daar kan ECOTEST je bij helpen! Bekijk hier onze EPC diensten.

Bekijk ook: