
Je woning heeft dakisolatie, dubbel glas en zonnepanelen. Toch valt de EPC-score tegen. Hoe kan dat?
Het is een vraag die veel eigenaars zich stellen. Je hebt al geïnvesteerd in energiebesparende maatregelen en verwacht daarom een goed EPC-label. Maar tijdens een EPC-keuring wordt niet alleen gekeken of er ergens isolatie ligt of hoeveel zonnepanelen er op het dak staan.
De energiedeskundige beoordeelt de woning als één geheel. Hoe groot en compact is ze? Via welke delen kan warmte ontsnappen? Hoe goed zijn dak, muren, vloeren en ramen geïsoleerd? Hoe wordt de woning verwarmd? Hoe wordt warm water geproduceerd? Is er ventilatie of vaste koeling aanwezig? En kunnen de uitgevoerde werken ook voldoende worden aangetoond?
In deze blog overlopen we in mensentaal wat er tijdens een EPC-bezoek wordt bekeken. Zo begrijp je beter waarom één geïsoleerd dakvlak, een nieuwe verwarmingsketel of enkele zonnepanelen niet automatisch tot een goed EPC-label leiden.
Deze blog gaat over het EPC Residentieel voor woningen en appartementen.
Wat zegt een EPC-score eigenlijk?
Een EPC geeft aan hoe energiezuinig een woning onder gestandaardiseerde omstandigheden is. Het resultaat bestaat uit een energiescore, uitgedrukt in kWh per vierkante meter per jaar, en een energielabel van A+ tot F.
Het EPC is niet hetzelfde als je werkelijke energieverbruik.
Je energiefactuur wordt namelijk sterk beïnvloed door je gedrag. Iemand die alleen woont, weinig thuis is en slechts enkele kamers verwarmt, kan een laag verbruik hebben in een energetisch minder goede woning. Een groot gezin kan in een goed geïsoleerde woning toch veel energie gebruiken.
Om woningen eerlijker met elkaar te kunnen vergelijken, vertrekt het EPC daarom van vaste gebruiksomstandigheden. Het kijkt vooral naar de bouwkundige kenmerken en de vaste installaties van de woning.
Huishoudtoestellen en persoonlijke gewoontes bepalen je EPC-score dus niet. Ook de gewone verlichting wordt bij een residentieel EPC niet ingevoerd.
Een EPC-keuring is geen goed- of afkeuring
Hoewel vaak over een ‘EPC-keuring’ wordt gesproken, wordt de woning niet goed- of afgekeurd zoals bij een elektrische keuring.
De energiedeskundige brengt de energetische toestand van de woning in kaart en verwerkt de vastgestelde gegevens volgens een vaste berekeningsmethode. Het EPC toont vervolgens:
- de energiescore en het energielabel;
- de energetische eigenschappen van de woning;
- welke onderdelen goed of minder goed presteren;
- welke verbeteringen aanbevolen worden.
Een minder gunstig label betekent dus niet noodzakelijk dat de woning onbewoonbaar of slecht onderhouden is. Het betekent dat ze volgens de EPC-berekening relatief veel energie nodig heeft.
Hoe verloopt een EPC keuring en waar wordt naar gekeken?
1. Eerst wordt bepaald welk deel van de woning wordt onderzocht
Voor de opmeting begint, controleert de energiedeskundige voor welke officieel geregistreerde woning of gebouweenheid het EPC wordt opgesteld.
Een extra studio, zorggedeelte of woonruimte voor een inwonend familielid betekent niet automatisch dat er twee EPC’s nodig zijn. Heeft de woning één officieel adres en is ze als één gebouweenheid geregistreerd, dan wordt één EPC voor de volledige woning opgemaakt. Een tweede EPC kan alleen worden ingediend wanneer er ook een afzonderlijke gebouweenheid met een eigen adres of busnummer in het Gebouwen- en adressenregister beschikbaar is.
Daarna bepaalt de energiedeskundige welke ruimtes tot het beschermde volume behoren. Dat is het gedeelte van de woning dat men tegen warmteverlies wil beschermen. Een ruimte zonder radiator valt niet automatisch buiten de berekening. Een onverwarmde slaapkamer of berging kan bijvoorbeeld toch binnen de geïsoleerde buitenschil liggen. Bij een zolder, kelder of garage hangt dit onder meer af van het gebruik, de winddichtheid en de plaats van de isolatie.
Over de afbakening van het beschermde volume maken we later nog een afzonderlijke blog met concrete voorbeelden van zolders, kelders, garages en onverwarmde ruimtes.
Waarom moet de energiedeskundige de zolder, garage en kelder bekijken?
Omdat niet iedere zolder, garage of kelder op dezelfde manier wordt behandeld.
Een zolder kan bijvoorbeeld binnen het beschermde volume vallen wanneer de isolatie in het dak zit. Ligt de isolatie uitsluitend op de zoldervloer, dan kan de grens van het verwarmde woningdeel juist ter hoogte van die vloer liggen.
Wanneer zowel het dak als de zoldervloer geïsoleerd zijn, wordt bekeken welke isolatielaag het best presteert. Isoleert het dak beter, dan wordt de zolder mee binnen de thermische schil gerekend. Isoleert de zoldervloer beter, dan ligt de grens daar en wordt de zolder als een koude ruimte beschouwd.
Ook bij een garage of kelder speelt het gebruik mee. Een onverwarmde garage zonder woonfunctie kan buiten het beschermde volume liggen. Een ruimte in de kelder die werkelijk als slaapkamer wordt gebruikt, kan er juist wel toe behoren.
Daarom moet de energiedeskundige deze ruimtes zien. Alleen op basis van de benaming ‘zolder’, ‘kelder’ of ‘garage’ kan niet worden bepaald hoe ze in het EPC moeten worden verwerkt.
2. De woning wordt volledig opgemeten en uitgetekend
Tijdens het EPC-bezoek worden de vorm en afmetingen van de woning nauwkeurig bepaald. Dat gaat veel verder dan alleen de vloeroppervlakte.
De energiedeskundige bekijkt onder andere:
- de lengte, breedte en hoogte van de verschillende bouwdelen;
- het aantal verdiepingen;
- aanbouwen, uitbouwen en erkers;
- de vorm en helling van het dak;
- de oppervlakte van gevels, vloeren en daken;
- de afmetingen van ramen en deuren;
- de oriëntatie van gevels, ramen en dakvlakken;
- de aansluiting op andere woningen of onverwarmde ruimtes.
Op basis van die gegevens wordt de woning uitgetekend in een verplicht grafisch dossier. Daarin brengt de energiedeskundige onder andere het beschermde volume, de bruikbare vloeroppervlakte, de gebouwschil en de begrenzingen van de verschillende constructiedelen in kaart. Dat kan met plattegronden, aanzichten, doorsneden en volumeschetsen, of met een 3D-tekening die dezelfde informatie bevat.
Die geometrie is belangrijk omdat warmte via de buitenschil van een woning verloren gaat. Een compact appartement heeft bijvoorbeeld relatief weinig buitenoppervlak. Een grote vrijstaande woning heeft meerdere buitengevels, een dak en een vloer waarlangs warmte kan ontsnappen.
Daardoor kan een vrijstaande woning met dezelfde isolatie en dezelfde verwarmingsinstallatie toch minder gunstig scoren dan een rijwoning of appartement.
Bij ECOTEST meten we de woning digitaal op met geavanceerde 3D-scantechnologie. Daardoor kunnen ook complexe ruimtes, dakvormen en aanbouwen nauwkeurig worden verwerkt, wat bijdraagt aan een correcter en betrouwbaarder EPC-resultaat.
3. De isolatie van het dak wordt bekeken
Het dak is bij veel woningen een belangrijk deel van het warmteverlies. Daarom controleert de energiedeskundige niet alleen of er dakisolatie aanwezig is, maar ook:
- waar de isolatie zich bevindt;
- welk materiaal gebruikt werd;
- hoe dik de isolatielaag is;
- welk deel van het dak geïsoleerd is;
- of er onderbrekingen zijn;
- of ook de zoldervloer geïsoleerd is;
Een dunne laag isolatie heeft niet dezelfde invloed als een dikke laag. Ook het gebruikte materiaal maakt verschil. De ene isolatiesoort isoleert bij dezelfde dikte beter dan de andere.
Bovendien kan de toestand binnen één woning verschillen. Misschien werd het oorspronkelijke dak geïsoleerd, maar het dak van een latere aanbouw niet. Of er ligt isolatie tussen een deel van de kepers, terwijl andere dakvlakken niet werden aangepakt.
De energiedeskundige moet al die verschillen correct registreren en achteraf ingeven in de EPC software.
4. Ook de muren worden onderzocht
Na het dak vormen de muren vaak een groot deel van de buitenschil.
De energiedeskundige bekijkt onder andere of het gaat om:
- een massieve muur;
- een spouwmuur;
- een nageïsoleerde spouwmuur;
- een muur met binnenisolatie;
- een muur met buitenisolatie;
- houtskeletbouw;
- een muur uit isolerende bouwblokken.
Bij een woning kunnen bovendien verschillende muurtypes voorkomen. Een oudere voorgevel kan bijvoorbeeld massief zijn, terwijl een nieuwere achterbouw uit een geïsoleerde spouwmuur bestaat.
Waarom is een heel dikke stenen muur geen isolatie?
Dit is een veelvoorkomend misverstand.
Een dikke bakstenen of natuurstenen muur voelt robuust aan en kan veel warmte opnemen. Daardoor kan de woning trager opwarmen en afkoelen. Dat noemen we thermische massa.
Maar warmte opslaan is niet hetzelfde als warmte tegenhouden.
Een isolatiemateriaal is er specifiek voor gemaakt om de doorgang van warmte sterk af te remmen. Gewone volle baksteen of natuursteen doet dat veel minder goed. Zelfs een muur van 40 of 50 centimeter dik kan in de winter nog aanzienlijk veel warmte naar buiten doorlaten.
Je kunt het zo vergelijken:
Een dikke stenen muur is een grote warmtebatterij, maar geen warme winterjas.

De massieve stenen muur wordt tijdens de EPC-keuring niet genegeerd. Volle steen en beton worden mee bekeken bij de bepaling van de thermische massa van de volledige woning. Dat zegt iets over hoeveel warmte het gebouw kan opnemen en vasthouden, maar niet over hoe goed de muur warmteverlies tegenhoudt. Een massieve muur wordt daarom niet automatisch als een geïsoleerde muur beschouwd.
Maar de stenen muur mag niet zomaar als een afzonderlijke isolatielaag worden ingevoerd. Alleen wanneer er werkelijk isolatie aanwezig is of de muur uit een aantoonbaar beter isolerend bouwmateriaal bestaat, kan dat volgens de voorziene regels worden verwerkt.
En wat met snelbouwstenen of cellenbeton?
Niet iedere steen heeft dezelfde eigenschappen.
Sommige bouwblokken, zoals bepaalde types cellenbeton of isolerende snelbouwstenen, houden warmte beter tegen dan een klassieke massieve bakstenen muur. Het juiste muurtype kan daarom wel degelijk invloed hebben op de berekening.
De energiedeskundige moet dan kunnen vaststellen of aantonen welk materiaal gebruikt werd en eventueel hoe dik het is. Het inspectieprotocol maakt namelijk onderscheid tussen het type muur, de aanwezigheid van isolatie en specifieke productwaarden.
5. De vloer wordt niet vergeten
Veel mensen denken bij isoleren vooral aan het dak en de gevels. Maar ook via de vloer kan warmte verloren gaan.

De energiedeskundige kijkt onder andere of de vloer grenst aan:
- de volle grond;
- een kruipruimte;
- een onverwarmde kelder;
- een garage;
- een buitenomgeving;
- een verwarmde ruimte of een andere woning.
Daarnaast wordt nagegaan of er vloerisolatie aanwezig is en of die isolatie voldoende kan worden vastgesteld.
Een dikke betonvloer is niet automatisch geïsoleerd
Net zoals bij een stenen muur geldt dat een zwaar of dik materiaal niet automatisch een goed isolatiemateriaal is.
Een dikke betonvloer kan veel warmte opnemen, maar zonder afzonderlijke isolatielaag kan er nog steeds warmte naar de grond of een koude kelder verdwijnen.
Vloerisolatie zit meestal verborgen onder de vloerafwerking. Daarom zijn plannen, facturen en foto’s van tijdens de werken hier vaak bijzonder nuttig.
6. Ramen en deuren worden gecontroleerd
Bij ramen wordt niet alleen gekeken of er enkel of dubbel glas aanwezig is.
De energiedeskundige onderzoekt onder andere:
- het aantal glasbladen;
- het type beglazing;
- de aanwezigheid van een isolerende coating;
- de ouderdom van het glas;
- het materiaal van de raamprofielen;
- de thermische onderbreking van metalen profielen;
- de afmetingen en oriëntatie;
- deuren, panelen en dakvensters.
“Ik heb dubbel glas. Waarom telt dat niet als hoogrendementsglas?”
Omdat dubbel glas niet altijd hetzelfde presteert.
Ouder dubbel glas bestaat meestal uit twee glasbladen met een luchtlaag ertussen. Recenter hoogrendementsglas heeft doorgaans bijkomende eigenschappen, zoals een isolerende coating en een beter presterende spouwvulling.
Ook de raamprofielen spelen mee. Recent glas in oude metalen profielen zonder thermische onderbreking presteert anders dan hetzelfde glas in moderne isolerende profielen.
Bovendien worden de verschillende ramen afzonderlijk bekeken. Nieuwe ramen aan de voorzijde veranderen niets aan de oude ramen die eventueel nog aan de achterzijde of op de verdieping aanwezig zijn.
7. Ook het verwarmingssysteem beïnvloedt de EPC-score
Een recente verwarmingsketel is positief, maar de ouderdom van het toestel vertelt niet het volledige verhaal. De energiedeskundige kijkt ook naar het soort verwarming, het rendement, de leidingen en de manier waarop de temperatuur wordt geregeld.
Een oude gas- of mazoutketel scoort doorgaans minder gunstig dan een recente condensatieketel. Toch kan een moderne mazoutketel beter presteren dan een sterk verouderde gasketel. Niet alleen de brandstof, maar vooral het type en de efficiëntie van het toestel zijn dus belangrijk.
Een warmtepomp kan een positieve invloed hebben omdat ze naast elektriciteit ook warmte uit de lucht, bodem of het water gebruikt. Rechtstreekse elektrische verwarming, zoals elektrische radiatoren, werkt anders en wordt daarom niet op dezelfde manier beoordeeld.
Ook warmteverlies via lange, ongeïsoleerde leidingen in een koude kelder of garage kan meetellen. Een recente installatie leidt dus niet automatisch tot een goed EPC-label wanneer de woning zelf nog veel warmte verliest.
Het EPC bekijkt niet alleen waarmee je verwarmt, maar ook hoe efficiënt de warmte wordt geproduceerd, verdeeld en geregeld.
Over de verschillen tussen gas, mazout, elektrische verwarming en warmtepompen kunnen we later nog een aparte blog maken. Het inspectieprotocol behandelt deze systemen en hun kenmerken afzonderlijk.
Waarom lost een nieuwe ketel niet alles op?
Een nieuwe ketel kan warmte efficiënter produceren. Maar wanneer die warmte vervolgens snel verdwijnt via ongeïsoleerde muren, een slecht dak, oude ramen of een koude vloer, blijft de woning veel energie nodig hebben.
8. Ook sanitair warm water telt mee
Niet alle energie in een woning wordt gebruikt voor ruimteverwarming. Ook douchen, baden en warm water in de keuken vragen energie.
Daarom bekijkt de energiedeskundige hoe het sanitair warm water wordt geproduceerd.
Dat kan bijvoorbeeld via:
- een combiketel;
- een afzonderlijke gasdoorstromer;
- een elektrische boiler;
- een warmtepompboiler;
- een voorraadvat;
- een collectieve installatie;
- een zonneboiler.
Er wordt onder andere gekeken of het systeem gekoppeld is aan de verwarming, welk toestel aanwezig is, hoe het warme water wordt opgeslagen en of er circulatieleidingen zijn.
Waarom kan een oude boiler de score beïnvloeden?
Een oudere elektrische boiler kan meer energie gebruiken dan een efficiënte warmtepompboiler of een modern systeem. Ook het warm houden van een voorraadvat en het rondpompen van warm water door lange leidingen kan energie vragen.
Een recente verwarmingsketel betekent dus niet automatisch dat ook het sanitair warm water efficiënt wordt geproduceerd.
9. Is er voldoende ventilatie aanwezig?
Een energiezuinige woning moet niet alleen warmte binnenhouden, maar ook voldoende geventileerd worden.
De energiedeskundige kijkt daarom naar de aanwezige ventilatievoorzieningen in onder andere leefruimtes, slaapkamers, keuken, badkamer en toilet.

Dat kunnen zijn:
- raam- of muurroosters;
- natuurlijke afvoerkanalen;
- mechanische afvoer;
- mechanische toevoer;
- een volledig ventilatiesysteem;
- warmterecuperatie.
De EPC-keuring is geen volledige ventilatiekeuring of debietmeting. Wel wordt nagegaan welke vaste ventilatievoorzieningen aanwezig zijn en welk type systeem de woning bedient.
Ook wanneer er geen ventilatievoorzieningen aanwezig zijn, moet dat correct worden geregistreerd.
10. Vaste koeling kan eveneens invloed hebben
Heeft de woning vaste airconditioning of een warmtepomp die ook actief kan koelen? Dan wordt die installatie mee onderzocht.
Actieve koeling gebruikt energie en maakt daarom deel uit van de EPC-berekening.
Een verplaatsbaar aircotoestel wordt niet op dezelfde manier behandeld als een vaste installatie. Het EPC houdt namelijk rekening met gebouwgebonden materialen en installaties, niet met losse toestellen die de bewoner kan meenemen.
11. Zonnepanelen helpen, maar lossen warmteverlies niet op
Zonnepanelen kunnen je EPC-score verbeteren. Ze produceren hernieuwbare elektriciteit en worden daarom opgenomen in de berekening.
De energiedeskundige kijkt onder andere naar:
- het piekvermogen;
- de oppervlakte van de panelen wanneer het vermogen niet gekend is;
- de oriëntatie;
- de installatie waarop ze aangesloten zijn;
- het aantal gebouweenheden dat de zonnepanelen bedienen.
Waarom geven zonnepanelen niet automatisch een goed label?
Omdat zonnepanelen elektriciteit produceren, maar de woning zelf niet beter geïsoleerd maken.
Ze veranderen niets aan:
- een ongeïsoleerd dak;
- koude buitenmuren;
- een niet-geïsoleerde vloer;
- oude ramen;
- een inefficiënte verwarmingsinstallatie;
- een oude elektrische boiler.
Stel dat je een emmer met gaten vult. Door sneller water toe te voegen, blijft er meer in de emmer staan, maar de gaten zijn daarmee niet gedicht.
Zo werken zonnepanelen ook binnen het grotere geheel van een woning: ze leveren een positieve bijdrage, maar ze nemen de bestaande warmteverliezen niet weg.
12. Ook luchtdichtheid kan een rol spelen
Warmte verdwijnt niet alleen door daken, muren, vloeren en ramen. Ze kan ook ontsnappen via spleten, kieren en slecht aansluitende constructiedelen. Dat noemen we luchtinfiltratie.

De energiedeskundige kan echter niet op het gevoel bepalen dat een woning luchtdicht is omdat er weinig tocht merkbaar is. Zonder geldige luchtdichtheidsmeting moet voor de EPC-berekening worden gewerkt met de standaardwaarden uit het inspectieprotocol.
Heb je je woning grondig gerenoveerd en daarbij veel aandacht besteed aan luchtdicht renoveren? Dan kan het interessant zijn om een luchtdichtheidsmeting of blowerdoortestin functie van een EPC keuring te laten uitvoeren. Tijdens zo’n test wordt gemeten hoeveel lucht er via ongewenste openingen naar binnen of buiten stroomt.
Is het gemeten resultaat gunstiger dan de standaardwaarde, dan kan het worden opgenomen in de EPC-berekening en bijdragen aan een betere EPC-score. De meting kan dus vooral interessant zijn na een doorgedreven renovatie waarbij kieren en aansluitingen zorgvuldig luchtdicht zijn afgewerkt. Een goede luchtdichtheid kan de score met 10 tot wel 40 kWh/m² verlagen, afhankelijk van het type woning en hoe goed de kieren zijn afgedicht.
Bij ECOTEST kun je een luchtdichtheidsmeting in functie van het EPClaten uitvoeren. Voor opname in een EPC volstaat een B-meting; een uitgebreidere (en duurdere) A-meting voor EPB-verslaggeving is hiervoor dus niet nodig.
13. Bewijsstukken kunnen een groot verschil maken
Veel isolatie en technische onderdelen zijn tijdens het plaatsbezoek niet zichtbaar.
Denk bijvoorbeeld aan:
- isolatie onder een afgewerkte vloer;
- isolatie achter pleisterwerk;
- spouwmuurisolatie;
- isolatie in een plat dak;
- de technische eigenschappen van glas;
- het exacte rendement van een installatie.
Daarom vraagt de energiedeskundige vooraf naar bewijsstukken.
Zijn er geen bruikbare documenten en kan een materiaal niet visueel worden vastgesteld? Dan kan eenvoudig destructief onderzoek soms duidelijkheid geven. Denk bijvoorbeeld aan het verwijderen van een inbouwspot om boven een plafond te kijken of het boren van een klein gaatje in een voeg om de opbouw van een muur te onderzoeken.
Destructief onderzoek is niet verplicht en de energiedeskundige hoeft het niet zelf uit te voeren. De resultaten mogen alleen worden gebruikt wanneer de energiedeskundige ze ter plaatse kan vaststellen of wanneer ze met duidelijke detail- en overzichtsfoto’s of een geldig verslag kunnen worden aangetoond.
Mogelijk bruikbare bewijsstukken zijn onder andere:
- facturen van aannemers;
- facturen of leveringsbonnen van materialen;
- lastenboeken en meetstaten;
- EPB-documenten;
- technische fiches en energielabels;
- attesten van verwarmingsinstallaties;
- werfverslagen;
- foto’s van tijdens de werken;
- verslagen van luchtdichtheidsmetingen;
- een verslag van destructief onderzoek.
De eigenaar en energiedeskundige vullen hiervoor een officiële aanstiplijst in. Zelfs wanneer er geen bewijsstukken beschikbaar zijn, moet deze lijst worden opgemaakt en ondertekend.
“Ik weet zeker dat er isolatie zit. Waarom mag dat niet gewoon worden ingevoerd?”
Omdat een mondelinge verklaring niet volstaat om de technische eigenschappen correct te bepalen. Een verklaring van de eigenaar wordt volgens de EPC-regels niet als bewijs aanvaard.
De energiedeskundige moet bijvoorbeeld kunnen vaststellen of aantonen:
- waar de isolatie zit;
- welk materiaal gebruikt werd;
- hoe dik de isolatielaag is;
- welke oppervlakte werd geïsoleerd;
- of het bewijsstuk werkelijk bij deze woning en deze werken hoort.
“De vorige eigenaar zei dat het dak geïsoleerd is” geeft daarover onvoldoende zekerheid.
Ook een factuur met alleen de vermelding ‘isolatiewerken’ is niet voldoende. Er moet een duidelijke link bestaan tussen de informatie in het document en het materiaal of constructiedeel in de woning.
De energiedeskundige moet bovendien achteraf kunnen aantonen waarop de ingevoerde gegevens gebaseerd zijn. Blijkt bij een controle van het VEKA dat gunstige gegevens zonder geldige vaststelling of bewijs werden ingevoerd, dan kan het EPC moeten worden aangepast of ingetrokken en riskeert de energiedeskundige een sanctie. Bij ernstige of herhaaldelijke fouten kan de erkenning worden geschorst en in uitzonderlijke gevallen zelfs definitief worden ingetrokken.
De energiedeskundige is dus niet streng om je woning bewust slechter te laten scoren. Hij of zij moet iedere gunstige invoer ook kunnen verantwoorden bij een eventuele controle.
14. Wat als een bewijsstuk iets anders zegt dan wat zichtbaar is?
De energiedeskundige moet een vaste hiërarchie volgen:
- vaststellingen tijdens het plaatsbezoek;
- geldige bewijsstukken;
- de aannames uit het inspectieprotocol.
Tenzij voor een specifiek geval andere regels gelden, hebben vaststellingen dus voorrang op bewijsstukken. Bewijsstukken hebben op hun beurt voorrang op standaardaannames.
Staat op een factuur bijvoorbeeld dat er minerale wol in de spouw werd geplaatst, maar stelt de energiedeskundige ter plaatse een ander isolatiemateriaal vast? Dan kan de informatie uit de factuur niet zomaar volledig worden overgenomen.
Dat kan streng lijken, maar de energiedeskundige mag niet kiezen welke informatie het gunstigste resultaat oplevert.
15. Waarom wordt bij twijfel soms de minder gunstige situatie gebruikt?
Een EPC moet controleerbaar en reproduceerbaar zijn. Twee energiedeskundigen moeten op basis van dezelfde vaststellingen en documenten zo veel mogelijk tot dezelfde invoer komen.
Daarom mag ontbrekende informatie niet zomaar positief worden ingevuld.
Wanneer een gegeven niet kan worden vastgesteld of bewezen, moet de energiedeskundige de regels voor onbekende gegevens en twijfel toepassen. Bij twijfel wordt in principe uitgegaan van de energetisch minst gunstige waarde, tenzij het inspectieprotocol uitdrukkelijk een andere werkwijze voorschrijft.
Dat is niet bedoeld om de woning bewust slechter te laten scoren. Het voorkomt dat niet-aantoonbare renovaties toch als bewezen worden beschouwd.
16. Waarom kunnen twee bijna identieke woningen anders scoren?
Zelfs woningen die er aan de buitenkant hetzelfde uitzien, kunnen een verschillend EPC-label krijgen.

Mogelijke verschillen zijn:
- de ene woning is uitgebouwd;
- één woning heeft meer buitengevels;
- de isolatie zit op een andere plaats;
- het dak is niet volledig op dezelfde manier geïsoleerd;
- er zijn andere raamprofielen of glastypes;
- de vloer boven de kelder is bij één woning geïsoleerd;
- er staat een ander type boiler;
- de verwarmingsregeling verschilt;
- de zonnepanelen hebben een ander vermogen;
- bij één woning zijn betere bewijsstukken beschikbaar.
Ook een andere afbakening van het beschermde volume kan het resultaat beïnvloeden. Een zolder of aanbouw die bij de ene woning wel en bij de andere niet tot het beschermde volume behoort, verandert de oppervlakten en warmteverliezen die in de berekening worden opgenomen.
Wat bepaalt je EPC-score uiteindelijk?
Je EPC-score ontstaat uit de combinatie van alle onderzochte onderdelen:
- de vorm en afmetingen van de woning;
- het beschermde volume;
- de buitengevels, daken en vloeren;
- de isolatie van de volledige gebouwschil;
- ramen, deuren en profielen;
- de verwarmingsinstallatie;
- de distributie en regeling van de verwarming;
- de productie van sanitair warm water;
- ventilatie;
- vaste koeling;
- luchtdichtheid, wanneer geldige meetgegevens beschikbaar zijn;
- zonnepanelen en zonnecollectoren;
- de informatie die correct kan worden vastgesteld of bewezen.
Dakisolatie, dubbel glas en enkele zonnepanelen zijn dus zeker waardevol, maar vormen slechts een deel van het volledige plaatje.
Een woning met zonnepanelen kan nog steeds veel warmte verliezen. Een recente ketel kan nog steeds een slecht geïsoleerde woning moeten verwarmen. En een dikke stenen muur kan warmte opslaan zonder ze goed tegen te houden.
Hoe bereid je je woning voor op een EPC-bezoek?
Je helpt de energiedeskundige door vooraf zo veel mogelijk relevante informatie te verzamelen en alle ruimtes toegankelijk te maken.
Denk daarbij aan:
- plannen en verbouwingsdocumenten;
- facturen van isolatie en ramen;
- foto’s van tijdens de werken;
- technische fiches en energielabels;
- eventuele EPB-documenten;
- attesten van de verwarmingsinstallatie;
- informatie over zonnepanelen;
- een eventueel luchtdichtheidsverslag.
Zorg daarnaast dat de energiedeskundige toegang heeft tot:
- de zolder;
- de kelder;
- de garage;
- aanbouwen;
- technische ruimtes;
- verwarmings- en ventilatietoestellen;
- boilers en voorraadvaten.
Maak kenplaten en labels indien mogelijk zichtbaar. Hoe beter de woning en de uitgevoerde werken onderzocht kunnen worden, hoe nauwkeuriger het EPC kan worden opgesteld.
Kortom…
Een EPC-score is het resultaat van de volledige woning, niet van één afzonderlijke ingreep. Daarom volstaan isolatie, een nieuwe verwarmingsinstallatie of zonnepanelen niet altijd voor een goed label.
Bij ECOTEST brengen we de woning zorgvuldig in kaart met een grondige inspectie en nauwkeurige 3D-opmeting. Zo kan het EPC zo correct mogelijk worden opgesteld. Een EPC keuring inboeken kan gemakkelijk en snel via onze online boekingstool.
Heb je ook een asbestkeuring nodig en wil je tijd en geld besparen? Boek dan een combinatiekeuring EPC en asbest, alle stalen zijn inclusief in de prijs.

Waarom moet de energiedeskundige de zolder, garage en kelder bekijken?






































