Welke ruimtes tellen mee voor je EPC? Het beschermd volume eenvoudig uitgelegd

“Mijn zolder wordt niet verwarmd, dus die telt toch niet mee voor het EPC?”

Het klinkt logisch, maar zo eenvoudig is het niet. Een ruimte hoeft namelijk geen radiator te hebben om toch mee opgenomen te worden in het EPC. Omgekeerd kan een ruimte die fysiek bij de woning hoort, zoals een garage, kelder of zolder, buiten het beschermde volume vallen.

De energiedeskundige moet daarom bepalen waar de thermische grens van de woning ligt. In EPC-termen spreken we over het beschermde volume. Maar wanneer hoort een zolder daarbij? Wat gebeurt er met een onverwarmde slaapkamer? En hoe zit het met een garage, kelder of veranda?

In deze blog leggen we het uit aan de hand van herkenbare situaties.

Deze blog gaat over het EPC Residentieel voor woningen en appartementen.

Wat is het beschermde volume?

Het beschermde volume is het geheel van ruimtes dat men wil beschermen tegen warmteverlies naar de buitenomgeving, de grond en aangrenzende ruimtes die zelf niet tot een beschermd volume behoren.

Je kunt het eenvoudiger zien als het gedeelte binnen de thermische jas van de woning.

Bescherm volume EPC

Die thermische grens kan bijvoorbeeld gevormd worden door:

  • het dak;
  • de buitenmuren;
  • een vloer op volle grond;
  • de vloer boven een onverwarmde kelder;
  • het plafond onder een koude zolder;
  • de muur tussen de woning en een onverwarmde garage.

Waar die grens precies ligt, verschilt van woning tot woning.

Dat is belangrijk, want de constructiedelen op die grens vormen de gebouwschil en bepalen mee waar de woning warmte kan verliezen.

Een ruimte zonder verwarming kan toch meetellen

Dit is waarschijnlijk een van de grootste misverstanden.

Geen radiator betekent niet automatisch: buiten het beschermde volume.

Denk bijvoorbeeld aan een nachthal tussen verschillende woonruimtes. Die hal heeft misschien geen eigen radiator, maar kan toch deel uitmaken van het beschermde volume.

Hetzelfde kan gelden voor:

  • een onverwarmde slaapkamer;
  • een bureau;
  • een dressing;
  • een berging;
  • een traphal;
  • een wasplaats.

Omgekeerd hoort niet iedere ruimte die vanuit de woning bereikbaar is automatisch binnen het beschermde volume.

Daarom doorloopt de energiedeskundige een vast stappenplan.

Hoe wordt bepaald of een ruimte meetelt?

In mensentaal kijkt de energiedeskundige achtereenvolgens naar een aantal zaken.

1. Wordt de ruimte rechtstreeks verwarmd of actief gekoeld?

Een ruimte met een warmteafgiftesysteem dat aangesloten is op een volledige centrale verwarmingsinstallatie, of met een volwaardig decentraal verwarmingstoestel, behoort tot het beschermde volume. Hetzelfde geldt wanneer er een koudeafgifte-element voor actieve koeling aanwezig is.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een slaapkamer met een radiator op de centrale verwarming;
  • een ruimte met vloerverwarming;
  • een veranda met een vaste gebouwgebonden airco die actief kan koelen.

Losse, niet-gebouwgebonden toestellen worden hiervoor niet als directe verwarming of koeling beschouwd. Ook sfeerverwarming en onvolledige installaties volstaan niet om een ruimte op basis van deze eerste stap tot het beschermde volume te rekenen.

Voldoet de ruimte al aan deze eerste stap, dan behoort ze tot het beschermde volume. Alleen de overige ruimtes worden verder beoordeeld.

2. Is de ruimte winddicht?

Voor ruimtes die nog niet zijn opgenomen, wordt vervolgens gekeken of ze voldoende tegen de buitenlucht afgesloten zijn.

Een ruimte die niet winddicht is, behoort niet tot het beschermde volume.

Een zolder waarvan je rechtstreeks tegen open dakpannen aankijkt, kan bijvoorbeeld anders beoordeeld worden dan een volledig afgesloten zolder met een degelijk onderdak.

3. Is de ruimte thermisch beschermd?

Daarna wordt bekeken hoe de ruimte thermisch omsloten is.

Een ruimte wordt in deze stap als thermisch beschermd beschouwd wanneer minstens 50% van haar volledige omhulling thermisch beschermd is. Daarbij wordt de volledige omhulling samen bekeken, niet ieder oppervlak afzonderlijk.

Een oppervlak kan bijvoorbeeld als thermisch beschermd gelden wanneer:

  • het voldoende geïsoleerd is;
  • het grenst aan een verwarmde ruimte of een ruimte die al tot het beschermde volume behoort;
  • het een vloer op volle grond is. Dat betekent niet dat een vloer op volle grond automatisch geïsoleerd is; het is een specifieke regel voor de afbakening van het beschermde volume.

Er bestaan hierbij wel specifieke uitzonderingen. Zo worden kelderverdiepingen en sterk beglaasde ruimtes zoals bepaalde veranda’s niet via deze derde stap beoordeeld, maar gaan ze verder naar de volgende stap.

4. Heeft de ruimte een basisfunctie?

Een woning moet minstens haar basisfuncties binnen het beschermde volume bevatten.

Bij een woning gaat het onder andere om:
Basisfuncties woning EPC

  • leefruimtes;
  • eetkamers;
  • slaapkamers;
  • badkamers;
  • keukens;
  • toiletten.

Dat is belangrijk, want hierdoor kan bijvoorbeeld een onverwarmde slaapkamer toch tot het beschermde volume behoren.

5. Heeft de ruimte een ondersteunende functie?

Voor de ruimtes die dan nog overblijven, wordt gekeken of ze de bewoning ondersteunen.

Ondersteunende ruimtes Voorbeelden zijn:

  • een bureau;
  • hobbyruimte;
  • wasplaats;
  • bijkeuken;
  • droge berging;
  • vestiaire;
  • dressing;
  • gangen, trappen en hallen.

Daar gelden wel bijkomende voorwaarden voor. Zo moet de ruimte onder andere rechtstreeks toegankelijk zijn vanuit het beschermde volume, verlicht zijn, voldoende vrije hoogte hebben en daadwerkelijk bijdragen aan de bewoning.

Daarnaast wordt gekeken waar de grootste warmteweerstand zit. Een ondersteunende ruimte wordt dus niet uitsluitend op basis van haar functie automatisch toegevoegd.

Wanneer telt een zolder mee voor het EPC?

Een zolder is een van de ruimtes waarover het vaakst vragen ontstaan.

Ook hier geldt:

Een onverwarmde zolder valt niet automatisch buiten het beschermde volume.

Het dak is geïsoleerd

Is de zolder niet rechtstreeks verwarmd, maar wel winddicht? Dan wordt onder andere bekeken of de ruimte thermisch beschermd is.

Een geïsoleerd hellend dak kan er dus toe leiden dat de zolder binnen het beschermde volume komt te liggen. Maar daarbij wordt de volledige omhulling van de ruimte bekeken. Alleen zeggen dat “er isolatie in het dak zit” volstaat niet automatisch.

Alleen de zoldervloer is geïsoleerd

Stel dat het dak niet geïsoleerd is, maar de zoldervloer wel.

Bij een gewone onverwarmde zolder zonder basisfunctie kan de thermische grens dan ter hoogte van de zoldervloer komen te liggen. De zolder zelf valt buiten het beschermde volume.

Maar het gebruik van de zolder kan dat veranderen.

Wordt diezelfde zolder bijvoorbeeld werkelijk als slaapkamer gebruikt, dan bevat de ruimte een basisfunctie. Ze wordt dan op basis van stap 4 tóch in het beschermde volume opgenomen, ook al is de zoldervloer geïsoleerd. De actuele EPC-pedia geeft dit expliciet als praktijkvoorbeeld.

Een zolder die als bureau gebruikt wordt, kan dan weer anders behandeld worden. Een bureau is geen basisfunctie maar een ondersteunende functie. Een ongeïsoleerde zolder met vloerisolatie die als bureau wordt gebruikt valt dus buiten het beschermde volume, omdat de zoldervloer de grootste warmteweerstand heeft.

De functie van de ruimte doet er dus echt wel toe.

Zowel het dak als de zoldervloer zijn geïsoleerd

Ook dat komt regelmatig voor.

Dak en zoldervloerisolatie EPCWanneer zowel het hellende dak als de zoldervloer geïsoleerd zijn en beide de grens van het beschermde volume zouden kunnen vormen, wordt gekeken naar de isolatielaag met de grootste warmteweerstand.

Isoleert het hellende dak beter, dan ligt de thermische grens aan het dak.

Isoleert de zoldervloer beter, dan ligt de grens aan de zoldervloer. Zijn de warmteweerstanden niet rechtstreeks gekend, dan worden de U-waarden van de volledige constructiedelen berekend en bepaalt het best presterende schildeel de grens.

En als de zolder alleen als opslagruimte wordt gebruikt?

Een onverwarmde, winddichte maar niet-geïsoleerde zolder die alleen wordt gebruikt om bijvoorbeeld dozen op te slaan, behoort niet automatisch tot het beschermde volume.

De actuele EPC-pedia geeft precies zo’n voorbeeld. Omdat de zolder niet rechtstreeks verwarmd is, niet thermisch beschermd is, geen basisfunctie bevat en als opslagruimte niet voldoende bijdraagt aan de bewoning, valt hij buiten het beschermde volume.

Dat is meteen ook waarom een energiedeskundige de zolder moet kunnen bekijken.

Het woord “zolder” alleen zegt niets over hoe de ruimte in het EPC behandeld moet worden.

Telt een kelder mee?

Voor kelderverdiepingen gelden specifieke regels.

Een kelder wordt niet beoordeeld via de stap voor thermische bescherming en evenmin via de stap voor ondersteunende functies. In de praktijk betekent dit dat een winddichte kelder tot het beschermde volume behoort wanneer hij rechtstreeks verwarmd of actief gekoeld wordt, of wanneer hij een basisfunctie van de woning bevat.

Kelder beschermd volume EPC

Een gewone voorraadkelder

Een onverwarmde kelder die alleen als opslagruimte wordt gebruikt, behoort doorgaans niet tot het beschermde volume.

De vloer tussen de woning en de kelder kan dan deel van de thermische grens worden.

Een slaapkamer in de kelder

Wordt een ruimte in de kelder werkelijk als slaapkamer of logeerkamer gebruikt?

Dan bevat ze een basisfunctie en behoort ze, wanneer de kelder winddicht is, tot het beschermde volume.

Een wasplaats in de kelder

Een wasplaats is normaal een ondersteunende woonfunctie.

Maar kelderruimtes worden niet aan die vijfde stap voor ondersteunende functies getoetst. Een onverwarmde kelder die alleen als wasplaats en berging wordt gebruikt, behoort daarom niet tot het beschermde volume.

Ook hier zie je dus opnieuw waarom “de ruimte hoort bij de woning” niet automatisch betekent dat ze binnen de thermische schil valt.

En wat met een garage?

Een garage die deel uitmaakt van een eengezinswoning wordt eveneens volgens het stappenplan beoordeeld.

Ze kan dus afhankelijk van de situatie binnen of buiten het beschermde volume vallen.

Is de garage bijvoorbeeld rechtstreeks verwarmd met een volwaardige installatie, dan wordt ze al in stap 1 opgenomen.

Is ze onverwarmd, dan wordt onder andere naar de winddichtheid, isolatie, functie en warmteweerstand van de verschillende constructiedelen gekeken.

Het inspectieprotocol geeft bijvoorbeeld een woning waarvan de buitengevels en de scheidingsmuur met de garage verschillend geïsoleerd zijn. Wanneer de garage geen basisfunctie bevat en de scheidingsmuur tussen garage en woning beter isoleert dan de buitenschil van de garage, kan die scheidingsmuur de thermische grens vormen en valt de garage buiten het beschermde volume.

“Mijn garage ligt buiten het beschermde volume. Waarom wordt ze dan toch bekeken?”

Omdat een ruimte buiten het beschermde volume niet wordt genegeerd.

Als de garage buiten de thermische schil ligt, kan de woning nog steeds warmte naar die koudere garage verliezen.

Daarom worden bijvoorbeeld de volgende constructiedelen relevant:

  • de muur tussen woning en garage;
  • de tussendeur;
  • het plafond van de garage wanneer erboven een kamer ligt.

Hetzelfde principe geldt voor een onverwarmde kelder of zolder.

Een ruimte kan buiten het beschermde volume liggen en toch invloed hebben op het EPC.

Wat gebeurt er met een onverwarmde slaapkamer?

Een slaapkamer zonder radiator valt niet automatisch buiten het beschermde volume.

Een slaapkamer is namelijk een basisfunctie van een woning. Een winddichte ruimte die werkelijk als slaapkamer dient en niet al eerder door het stappenplan werd uitgesloten, wordt op basis van die functie opgenomen.

Dat is meteen een goed voorbeeld van waarom simpelweg radiatoren tellen geen correcte manier is om het beschermde volume te bepalen.

Telt een berging mee?

Dat hangt af van de situatie.

Een berging kan bijvoorbeeld al in stap 3 worden opgenomen omdat ze thermisch beschermd is.

Is dat niet zo, dan kan een droge berging of bijkeuken onder bepaalde voorwaarden als ondersteunende functie worden beschouwd. Daarvoor moet ze onder andere rechtstreeks toegankelijk zijn vanuit het beschermde volume, verlicht zijn, voldoende vrije hoogte hebben en bijdragen aan de bewoning.

Een onverwarmde berging op een kelderverdieping vormt daarop een belangrijke uitzondering: kelderruimtes worden niet via de ondersteunende functies in stap 5 toegevoegd.

En een bureau of hobbyruimte?

Een bureau en hobbyruimte worden in het inspectieprotocol expliciet als mogelijke ondersteunende woonfuncties vermeld.

Maar ook hier betekent de functie alleen nog niet automatisch dat de ruimte wordt opgenomen.

Een voorbeeld op de actuele EPC-pedia is een onverwarmde zolder die als bureau gebruikt wordt. Hoewel het bureau bijdraagt aan de bewoning, blijft de ruimte buiten het beschermde volume omdat de geïsoleerde zoldervloer de logischere thermische grens vormt.

Wat met een veranda?

Een veranda kan niet simpelweg als “altijd binnen” of “altijd buiten” het beschermde volume worden beschouwd.

Wordt ze rechtstreeks verwarmd of actief gekoeld met een installatie die volgens het inspectieprotocol als volwaardige verwarmings- of koelinstallatie geldt? Dan behoort ze tot het beschermde volume. Een gebouwgebonden airco is hiervan een duidelijk voorbeeld.

Bij een onverwarmde veranda wordt verder door het stappenplan gegaan.

Voor veranda’s waarvan de muren en het dak samen voor meer dan 50% uit beglazing bestaan, wordt de stap rond thermische bescherming niet toegepast. De functie van de ruimte en eventueel de voorwaarden voor een ondersteunende functie worden daarna onderzocht.

De EPC-pedia geeft bijvoorbeeld een onverwarmde wintertuin die wel rechtstreeks bereikbaar is, verlicht is en voldoende hoogte heeft, maar uiteindelijk buiten het beschermde volume blijft omdat de oorspronkelijke gevel van de woning de grootste warmteweerstand heeft.

De precieze uitvoering en het werkelijke gebruik zijn dus bepalend.

Wat met een studio of zorggedeelte in de woning?

Hier moeten we twee verschillende vragen uit elkaar houden.

Eerst wordt bepaald voor welke gebouweenheid het EPC wordt opgesteld. Pas daarna wordt binnen die eenheid het beschermde volume bepaald.

Een EPC wordt in principe per gebouweenheid opgemaakt. Is een gedeelte van een woning géén aparte gebouweenheid, dan kan en mag er ook geen afzonderlijk EPC voor worden opgesteld. De feitelijke toestand van het gebouw is daarbij belangrijk.

Een extra studio of woonruimte voor een inwonend familielid betekent dus niet automatisch dat er twee EPC’s nodig zijn.

En een zorgwoning?

Een officiële zorgwoning heeft een bijzondere regeling.

Een zorgwoning die volgens de gewone regels een aparte eenheid zou vormen, kan toch worden opgenomen in het EPC van de hoofdwoning wanneer ze zich in hetzelfde gebouw bevindt.

Bevindt de zorgwoning zich in een afzonderlijk gebouw, dan zijn wel twee afzonderlijke EPC’s nodig.

De afbakening van afzonderlijke gebouweenheden is op zichzelf een uitgebreid onderwerp. Daar gaan we in een andere blog nog uitgebreider op in.

Waarom maakt het beschermde volume zoveel verschil?

Omdat het bepaalt waar de thermische jas van de woning ligt.

Neem opnieuw de zolder.

Ligt de zolder buiten het beschermde volume? Dan kan de zoldervloer deel uitmaken van de thermische grens.

Ligt de zolder binnen het beschermde volume? Dan verschuift die grens naar het hellende dak en de buitenmuren van de zolder.

Daardoor veranderen onder andere:

  • welke constructiedelen in de gebouwschil zitten;
  • welke oppervlakken worden berekend;
  • welke isolatielagen beoordeeld worden;
  • waar de woning warmte naar buiten of naar koudere ruimtes kan verliezen.

De afbakening heeft dus rechtstreeks gevolgen voor de gegevens die in de EPC-berekening terechtkomen.

Waarom moet de energiedeskundige toegang krijgen tot alle relevante ruimtes?

Omdat veel van deze zaken alleen tijdens het plaatsbezoek correct kunnen worden beoordeeld.

De energiedeskundige moet bijvoorbeeld kunnen nagaan:

  • of een zolder winddicht is;
  • waar de isolatie zich bevindt;
  • of zowel het dak als de zoldervloer geïsoleerd zijn;
  • waarvoor een ruimte werkelijk wordt gebruikt;
  • of een garage rechtstreeks verwarmd wordt;
  • hoe ruimtes met elkaar verbonden zijn;
  • waar de thermische grens ligt.

Een ontoegankelijke zolder, kelder, garage of andere relevante ruimte kan het daarom moeilijker maken om de woning correct te beoordelen.

Hoe kun je je voorbereiden op het EPC-bezoek?

Zorg ervoor dat ook ruimtes die je zelf misschien minder belangrijk vindt toegankelijk zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • de zolder;
  • de kelder;
  • de garage;
  • bergingen;
  • technische ruimtes;
  • aanbouwen;
  • veranda’s.
  • Heb je bewijsstukken van isolatiewerken aan het dak, de zoldervloer, het kelderplafond of de scheidingsmuur met de garage? Leg die dan eveneens klaar.

Waar de isolatie precies zit en hoe goed ze presteert, kan mee bepalen waar de thermische grens van de woning ligt.

Kortom…

Of een ruimte meetelt voor het EPC hangt van veel meer af dan de aanwezigheid van een radiator. Verwarming en koeling, winddichtheid, isolatie en het werkelijke gebruik van de ruimte spelen allemaal mee.

Daarom kan een onverwarmde slaapkamer tot het beschermde volume behoren, terwijl een zolder, garage of kelder in een andere woning juist erbuiten valt.

Bij ECOTEST brengen we de woning tijdens het plaatsbezoek zorgvuldig in kaart en meten we ze digitaal op met 3D-scantechnologie. Zo kunnen ook de verschillende bouwvolumes en thermische grenzen nauwkeurig in het grafisch dossier worden verwerkt.

Onze EPC-keuringen kun je ook combineren met een asbestkeuring. Zo hoef je maar één afspraak in te plannen én profiteer je van een voordeliger combinatietarief. Bij ECOTEST zijn bovendien alle noodzakelijke staalnames inbegrepen in de prijs van de asbestkeuring. Ook wanneer meerdere stalen nodig zijn, komen er dus geen onverwachte kosten per extra staal bovenop.

Bekijk ook: